Sociale verhuurder wordt beheerder winkelcentrum?

(Deze blog is in bewerkte versie verschenen bij CorporatieNL)

Online thuiswinkelen en de veranderingen in de detailhandelwereld hebben tot gevolg dat steeds meer (kleine) winkels in wijken en winkelcentra verdwijnen, en plaatsmaken voor grotere, onpersoonlijke ketens. En dat heeft weer een negatieve invloed op de leefbaarheid van een wijk.

Sociale verhuurders kunnen op die ontwikkeling inspelen, er meer doen dan alleen het verhuren en onderhouden van de eigen woningvoorraad. Wat dan? Bijvoorbeeld door meer aandacht  te geven aan leefbaarheid, bevolkingssamenstelling en de (openbare) ruimte rond de woningvoorraad.

Veranderingen in bestedingen…

De detailhandel wordt geconfronteerd met grote veranderingen in het koopgedrag van consumenten. De consument koopt steeds vaker online: volgens Gfk is twintig procent van het bedrag aan consumptieve bestedingen via internet besteld. Dit aandeel groeit nog steeds. Logisch; men koopt liever thuis op de bank met een kop thee en een iPad, dan een dag moeten besteden in een drukke winkelstraat.

…en detailhandelstructuur

Deze trend van het groeiend aandeel in online aankopen komt bovenop de schaalvergroting en de structuurverandering in de detailhandel. De structuurveranderingen in detailhandel betreft het grotendeels verdwijnen van videotheken, cd-winkels, reisbureaus en bankfilialen. Telefoonwinkels en bijvoorbeeld kappers en (viED_EYECATCHER_7395_1079874antage)winkels zijn voor een deel in de leegkomende panden getrokken. Maar natuurlijk niet overal. De schaalver
groting heeft vooral zijn effect gehad op het grotendeels verdwijnen van de buurtsuper, buurtslager, groenteboer enzovoort. Grote supermarktketens zijn in het zogenaamde winkellandschap steeds belangrijker geworden.

Kleine dorpen en kernen en kleinere buurtwinkelcentra hebben in het (recente) verleden het sterkst te maken gehad met deze effecten van schaalvergroting: veel kleine kernen en dorpen hebben al geen winkels meer. Ook in buurt- en wijkwinkelcentra laten deze gevolgen zich voelen: veel kleine winkelcentra zijn of worden ‘gesaneerd’ – met andere woorden afgebroken of sterk verkleind.

Emo-winkelen

Momenteel en in de nabije toekomst zullen de effecten van veranderingen in consumenten koopgedrag en de effecten van de veranderingen in de detailhandelstructuur tot meer gevolgen leiden. Hoogleraar bedrijfskunde Molenaar van de EUR voorziet dat consumenten enerzijds meer zullen gaan ‘emo-winkelen’, dat wil zeggen winkelen in de vrije tijd, waarbij winkelen gecombineerd wordt met cultuur-, museum- en/of horecabezoek. Anderzijds zullen consumenten steeds zakelijker worden in hun aankopen: informatie: men is kritischer, vergelijkt op internet prijzen en zoekt daar ook recensies op.

Een rol voor sociale verhuurders?

Een belangrijk resultaat van deze ontwikkeling is dat het winkelaanbod in kleine winkelcentra verder zal verschralen en/of dat kleine winkelcentra ophouden te bestaan. Dit heeft een grote invloed op wijken en de leefbaarheid in deze wijken (ik focus me nu vooral op wijken en niet meer op dorpen en kernen). Een winkelcentrum heeft naast een wijkhuis een grote invloed op de leefbaarheid. In een wijkwinkelcentrum komen wijkbewoners elkaar tegen. Sociale contacten zijn, naast veel andere zaken, uitermate belangrijk voor de leefbaarheid in een wijk. Als nu deze wijkcentra een kwijnend bestaan dreigen te gaan lijden of zelfs verdwijnen, is hier volgens mij een (nieuwe) rol weggelegd voor sociale verhuurders. Sociale verhuurders die lokale initiatieven stimuleren ervoor kunnen zorgen dat wijkcentra een rol blijven vervullen voor de leefbaarheid binnen wijken.

Wat vindt u?

Er bestaan natuurlijk al initiatieven van sociale verhuurders. Hoe staat het met de plannen, ontwikkelen en publicaties van sociale verhuurders die een rol willen nemen in het stimuleren van wijk- en buurtwinkelcentra? We zijn benieuwd naar uw reacties.

 

Leon Crommentuijn

Comments are closed.